Post-acute infectieuze syndromen (PAIS)
Sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw, is een ziektebeeld in opkomst waarbij chronische vermoeidheid op de voorgrond staat (1). Hoewel de exacte oorzaak en ziektemechanismen onbekend zijn, laat onderzoek zien dat deze aandoening in circa 80% van de gevallen voorafgegaan wordt door een infectie (2). Een veelvoorkomende diagnose is myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/CVS). Maar sinds COVID-19, worden vergelijkbare klachten gezien onder de noemer van long-COVID, en heeft de groep aandoeningen de naam Post-acute infectieuze syndromen (PAIS) gekregen (1).
Myalgische encefalomyelitis (ME) en Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)
ME/CVS heeft verwantschap met fibromyalgie, maar het zwaartepunt van het klachtenpatroon ligt anders. Patiënten met ME/CVS zijn vaak ernstig vermoeid, hebben geen verfrissende slaap, en ondervinden moeheid en malaise na lichamelijke inspanning (3). Maar ook zij hebben, net als fibromyalgiepatiënten, vaak last van pijn, neurologische klachten, en een ‘wazig brein’ (brain fog) (3). ME/CVS ontstaat in 80% van de gevallen na een infectie (2), en duidelijk is dat bij ME/CVS het immuunsysteem betrokken is (4). Opvallend is dat bij ME/CVS circa 35-90% van de patiënten buikklachten heeft (5), een duidelijke aanwijzing voor de rol van de darmen. Er is de laatste jaren veel onderzoek te zijn gedaan naar de relatie tussen ME/CVS en het microbioom. Er blijken verschillen te vinden in de samenstelling en diversiteit van het microbioom tussen patiënten en gezonde personen (6). Bovendien zijn er indicaties in het bloed van patiënten van aanwezigheid van stofjes van bacteriële oorsprong waarvan bekend is dat het immuunsysteem er heftig op kan reageren (6,7) en wat vermoedelijk samenhangt met een verhoogde doorlaatbaarheid van de darmwand (8). Diverse onderzoeken laten zien dat er vaak sprake is van verlaagde boterzuurvormers en verhoogde pathogenen (9).
Daarnaast suggereert een studie waarin 60 ME/CVS-patiënten bacteriotherapie ondergingen (rectale inbreng van een bacteriecultuur) dat aanpassing van het microbioom een groot positief effect kan hebben; 70% van de patiënten werden beter (10).
Long-COVID
Long-COVID, of post-COVID, is een duidelijk voorbeeld van een PAIS, de klachten ontwikkelen zich immers na infectie met SARs-CoV-2, het virus dat COVID veroorzaakt. Er is een flinke overlap in het klachtenbeeld tussen long COVID en ME/CVS, hoewel er ook verschillen zijn (11). Onderzoek laat zien dat na COVID het darmmicrobioom verstoord is en bij de meeste mensen langzaam herstelt naar de staat van voor infectie, behalve bij mensen die long-COVID ontwikkelen (9). Hoe meer tijd verstrijkt, hoe groter het verschil tussen herstelde personen en long-COVID patiënten. Een belangrijke afwijking is dat bij long-COVID de rijkheid en diversiteit lager is, en diverse boterzuurvormende bacteriesoorten zijn afgenomen. Een groep onderzoekers van TNO vond dit ook in een literatuurreview, en concludeerde eveneens dat mate van dysbiose correleert met de ernst van de klachten (12). Eén onderzoek die zij citeren laat zelfs zien dat het darm-microbioom de beste voorspeller is van variatie in klachten bij long COVID (13). Interessant is bovendien dat uit onderzoek blijkt dat de darm een reservoir van virussen is (14). Er wordt bij sommige mensen zelfs zeven maanden na infectie nog SARS-CoV-2 nog virusmateriaal in feces gevonden (15). Er is ook evidence dat behandeling gericht op het microbioom kan helpen. Een RCT die het effect van synbiotica onderzocht liet positieve effecten zien op diverse uitkomstmaten zoals concentratie, vermoeidheid, spierpijn, en diverse andere (16). Een andere RCT met een ander mengsel van pre- en probiotica liet weinig verschil zien op belangrijke uitkomstmaten zoals vermoeidheid (17). Dit onderschrijft dat effecten stam-specifiek zijn en het ene probioticum de andere niet is. Een RCT met honderd patiënten per groep gebruikte drie verschillende Bacillus stammen plus enzymen en vond dat na twee weken in de interventiegroep maar liefst 91% vrij was van vermoeidheid, terwijl dit in de placebogroep slechts 15% van de deelnemers het geval was (18). Hoewel het aantal interventieonderzoeken klein is, worden er aardig goede gevonden.
Q-koorts vermoeidheidssyndroom (QVS)
Q-koorts is een infectieziekte veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii. Dit is een zogenaamde zoönose, en komt veel voor bij kleine herkauwers zoals geiten. In Nederland was tussen 2007 en 2010 de grootste epidemie ooit, waarbij 50.000 tot 100.000 mensen besmet raakte. Zo’n 20% van de mensen die ziek worden, ontwikkelt Q-koorts vermoeidheidsyndroom (QVS). Nederlands onderzoek onder QVS-patiënten laat zien dat hun microbioom op dezelfde wijze afwijkt van dat van een gezonde controlegroep als dat van ME/CVS patiënten (19). Uit onderzoek van Q-support met hulp van Erasmus MC blijkt dat bij QVS het percentage van patiënten met PDS hoger is dan onder de algemene bevolking en dat dit zelfs stijgt naarmate de jaren verstrijken tot 16.5% (20). Deze bevinding was voor Q-support aanleiding om een pilotproject te doen met Microbiome Center. In 2024 werden 85 QVS patiënten behandeld met een leefstijladvies gecombineerd met gepersonaliseerde microbioombehandeling. Tijdens de behandeling ontstaat bij alle patiënten die via ons platform behandeld worden veel data, waaronder driewekelijkse zelf-gerapporteerde klachten en algemeen welbevinden. Met toestemming van de QVS-patiënten hebben daarop we een retrospectieve data-analyse gedaan en van 69 QVS patiënten was er voldoende data om conclusies te trekken. Bijna de helft van hen ervaarden verbetering op hun algemene welbevinden, met één op de zeven een sterke verbetering. Hetzelfde resultaat zagen we in de per persoon verschillende medische klachten, ook daar meldde ruim de helft enige tot veel verbetering op het totaal aan klachten. Dergelijke zelfrapportage kent uiteraard beperkingen, maar om e.a. in perspectief te plaatsen is het zinvol om te weten dat deze deelnemers gemiddeld al zestien jaar QVS hadden en in al die jaren tevergeefs al van alles geprobeerd hadden. Dat maakt de kans dat de gerapporteerde verbeteringen voortkomen uit een placebo-effect kleiner. Voor Microbiome Center zijn deze resultaten aanleiding om verder onderzoek te doen naar de effecten van gepersonaliseerde microbioomtherapie bij PAIS.
Referenties
- Komaroff AL. Growing recognition of post-acute infection syndromes. Proc Natl Acad Sci U S A 2025;122:e2513877122.
- Arron HE, Marsh BD, Kell DB, Khan MA, Jaeger BR, Pretorius E. Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome: the biology of a neglected disease. Front Immunol 2024;15:1386607.
- Bested AC, Marshall LM. Review of Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome: an evidence-based approach to diagnosis and management by clinicians. Rev Environ Health 2015;30:223–49.
- Mensah FKF, Bansal AS, Ford B, Cambridge G. Chronic fatigue syndrome and the immune system: Where are we now? Neurophysiol Clin Clin Neurophysiol 2017;47:131–8.
- Stallmach A, Quickert S, Puta C, Reuken PA. The gastrointestinal microbiota in the development of ME/CFS: a critical view and potential perspectives. Front Immunol 2024;15:1352744.
- Giloteaux L, Goodrich JK, Walters WA, Levine SM, Ley RE, Hanson MR. Reduced diversity and altered composition of the gut microbiome in individuals with myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome. Microbiome [Internet] 2016 [cited 2018 Feb 4];4. Available from: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4918027/
- Maes M, Twisk FNM, Kubera M, Ringel K, Leunis J-C, Geffard M. Increased IgA responses to the LPS of commensal bacteria is associated with inflammation and activation of cell-mediated immunity in chronic fatigue syndrome. J Affect Disord 2012;136:909–17.
- Morris G, Berk M, Carvalho AF, Caso JR, Sanz Y, Maes M. The Role of Microbiota and Intestinal Permeability in the Pathophysiology of Autoimmune and Neuroimmune Processes with an Emphasis on Inflammatory Bowel Disease Type 1 Diabetes and Chronic Fatigue Syndrome. Curr Pharm Des 2016;22:6058–75.
- Guo C, Yi B, Wu J, Lu J. The microbiome in post-acute infection syndrome (PAIS). Comput Struct Biotechnol J 2023;21:3904–11.
- Borody TJ, Nowak A, Finlayson S. The GI microbiome and its role in Chronic Fatigue Syndrome: A summary of bacteriotherapy. J Australas Coll Nutr Environ Med 2012;31:3.
- Komaroff AL, Lipkin WI. ME/CFS and Long COVID share similar symptoms and biological abnormalities: road map to the literature. Front Med 2023;10:1187163.
- Scheithauer TPM, Montijn RC, Mieremet A. Gut microbe–host interactions in post-COVID syndrome: a debilitating or restorative partnership? Gut Microbes Taylor & Francis; 2024;16:2402544.
- Su Q, Lau RI, Liu Q, Li MKT, Mak JWY, Lu W, Lau ISF, Lau LHS, Yeung GTY, Cheung CP, et al. The gut microbiome associates with phenotypic manifestations of post-acute COVID-19 syndrome. Cell Host Microbe Elsevier; 2024;32:651-660.e4.
- Neurath MF, Überla K, Ng SC. Gut as viral reservoir: lessons from gut viromes, HIV and COVID-19. BMJ Publishing Group; 2021 [cited 2026 Mar 10]; Available from: https://gut.bmj.com/content/70/9/1605.full
- Natarajan A, Zlitni S, Brooks EF, Vance SE, Dahlen A, Hedlin H, Park RM, Han A, Schmidtke DT, Verma R, et al. Gastrointestinal symptoms and fecal shedding of SARS-CoV-2 RNA suggest prolonged gastrointestinal infection. Med Elsevier; 2022;3:371-387.e9.
- Lau RI, Su Q, Lau ISF, Ching JYL, Wong MCS, Lau LHS, Tun HM, Mok CKP, Chau SWH, Tse YK, et al. A synbiotic preparation (SIM01) for post-acute COVID-19 syndrome in Hong Kong (RECOVERY): a randomised, double-blind, placebo-controlled trial. Lancet Infect Dis 2024;24:256–65.
- Ranisavljev M, Stajer V, Todorovic N, Ostojic J, Cvejic JH, Steinert RE, Ostojic SM. The effects of 3-month supplementation with synbiotic on patient-reported outcomes, exercise tolerance, and brain and muscle metabolism in adult patients with post-COVID-19 chronic fatigue syndrome (STOP-FATIGUE): a randomized Placebo-controlled clinical trial. Eur J Nutr 2025;64:28.
- Rathi A, Jadhav SB, Shah N. A Randomized Controlled Trial of the Efficacy of Systemic Enzymes and Probiotics in the Resolution of Post-COVID Fatigue. Medicines 2021;8:47.
- Raijmakers RPH, Roerink ME, Jansen AFM, Keijmel SP, Gacesa R, Li Y, Joosten LAB, van der Meer JWM, Netea MG, Bleeker-Rovers CP, et al. Multi-omics examination of Q fever fatigue syndrome identifies similarities with chronic fatigue syndrome. J Transl Med 2020;18:448.
- Stemerdink NC, Haagsma JA, Hartman E, Tieleman P, Burdorf A, Heemskerk SC. Vier jaar QVS database onderzoek: Impact van het Q-koortsvermoeidheidssyndroom op gezondheid, het dagelijks leven en zorggebruik [Internet]. Q-support; 2025 Nov. Available from: https://www.q-support.nu
Agenda
Knowledge & events
The Microbiome Centre regularly organises peer review sessions, webinars and knowledge-sharing events for doctors and other healthcare professionals. The sessions are aimed at both healthcare professionals who are new to microbiome therapy and experienced practitioners who wish to deepen their knowledge.
