Q

Menu

Kennis

Wetenschap en aandoeningen

Werken met Microbiome Center

Agenda

De vele valkuilen van gepersonaliseerd advies

In het tijdperk van AI komen er steeds meer bedrijven op die gepersonaliseerd dieetadvies en/of aanbevelingen voor voedingssupplementen aanbieden op basis van fecesanalyse en soms op basis van een vragenlijst. Hoewel we enthousiast zijn over het concept van personalisatie, lijkt het er helaas op dat de meeste van deze bedrijven in enkele belangrijke valkuilen trappen.

Sturen op een bepaalde relatief aantal werkt niet

Ten eerste gebruiken bedrijven vaak simpelweg de relatieve aantallen van bacteriesoorten of -geslachten en vergelijken deze met de relatieve aantallen die gevonden worden in gezonde cohorten, om zo te proberen de relatieve overvloed te sturen. Dit negeert het feit dat nog niemand in staat is geweest om gezonde grenzen van relatieve aantallen per soort te definiëren, omdat verschillende microbiomen gezond kunnen zijn (1). In plaats daarvan gedraagt het darmmicrobioom zich als een ecologie waarin de samenstelling afhangt van de omstandigheden, zoals de genetische opmaak van de gastheer, levensstijl, dieet, enz. (2). Het is daarom beter om te kijken naar functionele aspecten van het microbioom (bijv. algehele boterzuurproductie, remming van pathogenen of darmbarrièrefunctie). In tegenstelling tot enkel de relatieve aantallen te gebruiken, bieden deze functionele aspecten wel aanknopingspunten voor behandeling, wat dan ook de reden is waarom Microbiome Center en Biovis deze aanpak hanteren.

De meeste voedingsadviezen zijn gebaseerd op onjuiste aannames en zwakke evidence

Ten tweede is de kracht van de evidence achter veel voedingsadviezen uiterst zwak. Veel is gebaseerd op observationele studies, die vatbaar zijn voor een groot aantal soorten bias en verstorende factoren. Ook hier speelt de nogal reductionistische benadering vaak een rol. Zo wordt er in observationele studies doorgaans van uitgegaan dat het mogelijk is om een voedingscomponent in isolatie te bestuderen, wat het sterk interactieve karakter van voeding negeert. Bovendien negeert dit ook dat het bekend is dat de ene persoon bijvoorbeeld een piek in de bloedsuikerspiegel heeft na het eten van een koekje en niet van een banaan, terwijl een tweede persoon juist het tegenovergestelde ervaart (3). Met andere woorden, het is onmogelijk om te concluderen dat bijvoorbeeld een banaan ongezond is omdat het een piek in de bloedsuikerspiegel veroorzaakt, omdat elk individu anders reageert. Dus elk voedingsadvies dat simplistisch een bepaalde voedingscomponent aan bepaalde effecten koppelt, strookt niet met de realiteit van onze fysiologie. Daarom stellen wij dat een betere aanpak is om eerst te erkennen dat met de extreem complexe en persoonsgebonden reacties op voeding de enige generaliseerbare kennis over voeding logica is: eet voedsel dat dicht bij staat waarop onze fysiologie is geëvolueerd. Dit betekent echt voedsel dat minimaal bewerkt is, zoals groenten, vis, fruit, vlees, noten, zaden, water, kruiden, enz. Ten tweede is het verstandig voor iedereen om te leren de persoonlijke reacties op verschillende voedingsmiddelen en eetpatronen te herkennen – meer gepersonaliseerd wordt het niet!

Vermijd supplementaanbevelingen die gebaseerd zijn op aannames, alleen op soortniveau of zonder referenties

Ten derde adverteren veel bedrijven vaak met gepersonaliseerde aanbevelingen voor probiotische supplementen. Helaas zijn deze aanbevelingen in veel gevallen niet gebaseerd op direct klinische evidence voor de producten, maar eerder op allerlei aannames over het stimuleren van taxa die laag zijn in de fecesanalyse. Hier geldt de eerste valkuil: gezondheid kan niet eenvoudig worden gekoppeld aan relatieve aantallen. Bovendien zijn de aanbevelingen voor probiotica gebaseerd op bacteriesoorten in deze producten, wat het feit negeert dat effecten stam-specifiek zijn (verschillende stammen van dezelfde bacteriesoort kunnen verschillende effecten hebben). Het aanbevelen van een product op basis van soort is als een dierenwinkel die aanbeveelt om “een hond” te kopen, zonder de verschillen tussen bijvoorbeeld een buldog en een labrador te erkennen (beide dezelfde soort). Bovendien is deze manier van redeneren nogal reductionistisch en dat werkt niet in een complexe ecologie zoals het darmmicrobioom. Daarom is het beter om probiotica te selecteren op basis van direct klinisch bewijs met de exacte stam. Dit vermijdt aannames over mechanismen en kijkt direct naar klinische resultaten. Ten slotte tonen veel aanbieders niet op welke evidence hun aanbevelingen zijn gebaseerd, waardoor het moeilijk is te beoordelen of het advies realistisch is.

Conclusie: gebruik evidence-based gepersonaliseerd advies

Wij geloven dat elk gepersonaliseerd advies voor behandeling van het microbioom gebaseerd moet zijn op (1) direct mechanistische en klinische evidence, (2) studies die gebruik maken van de exacte stam, (3) doseringen zoals gebruikt in de studies, en (4) volledige transparantie over de onderliggende evidence.

Referenties:

  1. https://doi.org/10.1053/j.gastro.2020.09.057
  2. https://doi.org/10.1016/j.shpsa.2021.11.005
  3. https://doi.org/10.1016/j.cell.2015.11.001
Q