Q

Menu

Kennis

Wetenschap en aandoeningen

Werken met Microbiome Center

Agenda

Microbioom diverse rollen bij virusinfecties

Virusinfecties worden op verschillende manieren beïnvloed door het microbioom, variërend van een stimulerend tot een remmend effect (1). Virussen kunnen op directe wijze gebruik maken van bepaalde bacteriële factoren om een verhoogde stabiliteit, infectiegraad, en virulentie te krijgen en kunnen indirect geholpen worden doordat bepaalde bacteriën expressie van regulerende T cellen stimuleren en daarmee de afweer onderdrukken. Anderzijds kan het microbioom virusinfecties ook tegengaan. Dit kan op een directe manier door binding, absorptie, destabilisatie, en verminderde replicatie van virussen, en indirect door het versterken van de afweerreactie van het immuunsysteem. Deze tegengestelde effecten van het microbioom benadrukken de complexiteit van de interactie tussen gastheer en microbioom en het belang van een goede balans. Een sterke immuunrespons is immers gewenst bij virusinfecties, maar nadat de infectie overwonnen is, is juist demping van de immuunrespons gewenst. Ook bij niet-overdraagbare ziekten is stimulering van ontstekingsremmende regulerende T cellen juist zeer wenselijk (2,3).

Herstel na virusinfecties

Het microbioom beïnvloedt niet alleen virusinfecties, virusinfecties beïnvloeden op meerdere manieren ook het microbioom (1,4). Bij diverse virussen, waaronder het griep- en norovirus, zijn veranderingen van het darm-microbioom gevonden. Dit is o.a. gelinkt aan de immuunmodulatie door het virus, maar ook aan veranderingen in voedselinname gedurende de ziekteperiode (5). Verstoringen in het darm-microbioom na een virusinfectie zijn dus niet onverwacht, maar soms zijn deze van ernstigere en/of chronische aard. Bij infectieuze gastro-enteritis, ook met virale oorzaak, kan bijvoorbeeld het zogenaamde postinfectieus prikkelbare darm syndroom (PI-IBS) ontstaan (6,7). Hierbij spelen onder andere een verstoorde immuunactiviteit (waaronder een hoog niveau van pro-inflammatoire cytokines), een verlaagde darmpermeabiliteit, en verstoord darm-microbioom een rol. Bij virussen die vooral buiten de darm actief zijn, komen eveneens postvirale klachten zoals vermoeidheid voor en speelt een verhoogd niveau van pro-inflammatoire cytokines een rol (8). Omgekeerd lijkt het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) vaak een virale oorsprong te kennen en ook hier is sprake van een verschoven immuun activiteit en verstoord darm-microbioom (9,10). Virusinfecties kunnen dus langdurige consequenties hebben en de immuunmodulerende rol van bacteriën in de darm lijkt hierbij van belang. Anders dan tijdens acute virusinfecties, maar vergelijkbaar met niet-overdraagbare ziekten, lijkt de wenselijke aanpassing eenduidig: remmen van de inflammatoire activiteit van het immuunsysteem.

Referenties

  1. https://doi.org/10.3389/fimmu.2019.01551
  2. https://doir.org/10.1136/bmj.j5145
  3. https://doi.org/10.1016/j.jaci.2014.11.012
  4. https://doi.org/10.1016/j.micinf.2017.09.002
  5. https://doi.org/10.1128/mBio.03236-19
  6. https://doi.org/10.1007/s11894-017-0595-4
  7. https://doi.org/10.1097/MCG.0000000000000924
  8. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0155884
  9. https://doi.org/10.1016/j.neucli.2017.02.002
  10. https://doi.org/10.1007/s11011-019-0388-6
Q