Internationalisatie
Bij de oprichting in 2018 begon het Microbiome Center haar dienst in Nederland. Sindsdien hebben steeds meer artsen uit andere landen ons gevonden en wilden ze gepersonaliseerde microbiome-behandeling in hun praktijk gebruiken. Vanaf 2021 hebben we onze service daarom uitgebreid naar andere Europese landen. Tegenwoordig is de service van het Microbiome Center beschikbaar voor artsen in zes landen, waaronder Duitsland, Zwitserland en België. Om alle nieuwe collega’s in ons netwerk te kunnen bedienen, zullen de ‘Kennisflitsen’ die we periodiek sturen vanaf nu in het Engels worden geschreven en heet het ‘Insights flash’.
Zomerbries: hebben scheten een microbiome?
De zomertijd biedt ruimte voor wat plezier, en daarom stelden we onszelf de vraag of scheten een microbiome zouden hebben. Er zit ook wat serieus in deze vraag, omdat bekend is dat microbiota-transmissie optreedt tussen mensen die dicht bij elkaar wonen, maar er is weinig bekend over de daadwerkelijke transmissieroutes (1-3). Gezien het feit dat ieder van ons gemiddeld ongeveer tien keer per dag wind laat (4), is er verrassend weinig onderzoek naar de microbiële samenstelling van scheten. In feite konden we maar één publicatie vinden, die nauwelijks een studie genoemd kan worden. Een onderzoeker testte of hij bacteriën uit de scheten van een collega kon kweken, en dat kon hij inderdaad (5). Gezien het feit dat veel bacteriën niet te kweken zijn, zou het niet verrassend zijn als scheten veel meer levende microben bevatten en mogelijk een rol spelen in microbiële transmissie.
Microbiome en fibromyalgie
Hoewel het aantal en de kwaliteit van studies nog relatief laag zijn, is het bekend dat het darmmicrobiome en het profiel van microbiële metabolieten bij fibromyalgiepatiënten (FM) veranderd is in vergelijking met gezonde individuen (6,7). Een recent gepubliceerde studie voegt nieuwe inzichten toe aan dit zelden bestudeerde onderwerp. Onderzoekers vonden veranderingen in de niveaus van secundaire galzuren en de abundantie van bacteriesoorten die bekend staan om het metaboliseren van galzuren bij FM-patiënten in vergelijking met gezonde controles (8). De secundaire galzuur genaamd alfa-muricholzuur werd vijf keer minder aangetroffen bij FM-patiënten dan bij gezonde controles en een lager niveau werd geassocieerd met een verhoogde ernst van symptomen zoals pijn, vermoeidheid, onrustige slaap en cognitieve klachten. Dit inzicht kan nieuwe wegen openen om FM-patiënten te behandelen, bijvoorbeeld met probiotische stammen die in staat zijn om alfa-muricholzuur te produceren.
Referenties:
1. https://doi.org/10.1038/s41564-019-0409-6
2. https://doi.org/10.1038/s41559-020-1220-8
3. https://doi.org/10.1126/science.aaz3834
4. https://doi.org/10.1007/BF02087912
5. https://doi.org/10.1136/bmj.323.7327.1449
6. https://doi.org/10.1186/s12891-020-03201-9
7. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32116215/
8. https://doi.org/10.1097/j.pain.0000000000002694
