Microbiome Center NL

Analyse en behandeling op maat 

Darm ziekten

Op basis van de locatie zijn darmziekten de meest voor de hand liggende voorbeelden waarbij een relatie met een verstoord microbioom kan worden verwacht. Dergelijke samenhang is dan ook uitgebreid onderzocht en beschreven, bijvoorbeeld bij: 

Inflammatory bowel disease (IBD) zoals de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa (5). De exacte oorzaak van deze ziekten is niet bekend. De gangbare kijk is dat deze ziekten een gevolg zijn van een overtrokken immuunreactie op micro-organismen in de darmen, die in gang wordt gezet door een combinatie van genetische aanleg en omgevingsfactoren (6). Opvallend is dat de geïdentificeerde riscico-verhogende genen vaak betrokken zijn bij het herkennen van en de reactie op bacteriën, en het functioneren van de darmwand (6). De samenstelling van het microbioom is bij IBD-patiënten gewijzigd en de afwezigheid van bepaalde commensale bacteriesoorten (m.n. soorten die kortketige vetzuren maken) en de aanwezigheid van pathogene soorten correleert met ziekteactiviteit (7,8). Bovendien is, in tegenstelling tot gezonde proefpersonen, de samenstelling van het microbioom niet stabiel over tijd, zelfs niet bij patiënten die in remissie zijn (9). Het lijkt dus redelijk om te stellen dat er bij IBD iets drastisch mis is in de interactie tussen immuunsysteem en microbioom. Aanpassing van het microbioom lijkt te kunnen leiden tot ziekteremissie, zoals blijkt uit een onderzoek waarbij ‘poeptransplantatie’ werd toegepast (10).

Irritable bowel syndrome (IBS), wat ook wel prikkelbare darm syndroom of spastische darm wordt genoemd. IBS komt vaak voor in Westerse landen; tussen de 10% en 20% van de bevolking heeft hier last van (11). Het is daarom één van de meest onderzochte aandoeningen. De exacte oorzaak is onbekend en diverse factoren worden genoemd, waaronder een verstoorde communicatie tussen brein en darm, overgevoeligheid voor bepaalde voeding, laaggradige ontsteking (12), en een verstoord microbioom. Een sterke aanwijzing dat een verstoord microbioom een rol speelt, is het gegeven dat veel ziektegevallen voorafgegaan worden door acute darminfectie door een bacterie, parasiet, of soms een virus (11,12). Ook antibioticagebruik lijkt een risicofactor voor het ontstaan van IBS. Een tweede aanwijzing voor een rol van het microbioom is diverse onderzoeken een verminderde diversiteit en veranderde samenstelling daarvan hebben geconstateerd (13). Steriele proefdieren die gekoloniseerd worden met feces van IBS-patiënten vertonen andere darmfysiologie (zoals langzamere doorstroom en verhoogde pijngevoeligheid) vergeleken met kolonisatie met feces van gezonde mensen (11). Een laatste aanwijzing voor de rol van het microbioom bij IBS komt van de observatie dat het beïnvloeden van het microbioom middels probiotica in veel gevallen tot verlichting van symptomen leidt. Hoewel de ene vorm van probiotica de andere niet is (elke bacteriesoort en zelfs -stam heeft andere effecten) en het daardoor oppassen is met het op een hoop gooien van klinische studies, zijn er diverse meta-analyses gepubliceerd die laten zien dat bepaalde soorten probiotica bij een deel van de patiënten tot vermindering van klachten leidt (14, 15, 16).

Chronische diarree. Ongeveer een op de 20 mensen heeft last van deze klacht, waarbij ongeveer 40% van de gevallen ouderen (60+) betreffen (17). Bij een deel van deze patiënten is chronische diarree het gevolg van een aandoening zoals IBD, IBS, of coeliakie, maar dat geldt niet voor iedere patiënt met chronische diarree. Chronische diarree kan zeer uiteenlopende oorzaken hebben en voor een juiste behandeling is het van belang om de juiste oorzaak te vinden (17). Een deel van deze oorzaken, zoals infectie met parasieten, slechte vertering, bacteriële verstoring in de dunne darm, of voedselintolerantie, hebben onmiskenbaar een relatie met het microbioom, gezien de normale functie daarvan. Bij patiënten waarvan de oorzaak van de chronische diarree onbekend is, blijkt dat de samenstelling en verdeling van het microbioom in ontlastingsmonsters afwijkt van gezonde deelnemers (18). Een behandeling met een probioticum zorgt bovendien bij gezonde deelnemers voor weinig tot geen verandering in microbioom eigenschappen, noch in klachten of stoelgang, terwijl het bij patiënten voor duidelijke veranderingen en afname van klachten leidt (18). Ook bij patiënten waarbij de oorzaak van diarree wel bekend is (bijvoorbeeld IBD, infectie met ziekmakende bacteriën, of antibioticagebruik) blijkt het actief aanpassen van het microbioom middels probiotica tot verbeteringen te leiden (19), wat een duidelijke aanwijzing is voor de betrokkenheid van het microbioom bij dergelijke gevallen van chronische diarree.